Door Martha Haveman

Eens in de zoveel jaar laat Karel Betman zijn collectie zien, en werkt hij tot de laatste minuut aan zijn nieuwe sieraden. Hoewel hij eigenlijk al een jaar lang weet dat die serie er moet komen zijn het uitgerekend de laatste maanden waarin hij onder hoogspanning zijn creatieve uitingen vorm geeft. Het is ook lastig in zijn positie van mede galeriehouder waar zoveel andere kunstenaars en klanten zijn aandacht vragen. De galerie is nu eenmaal een publieke zaak en er is altijd wel iets te doen. Nog afgezien van de opdrachten die met regelmaat op zijn werkbank belanden en waar hij zich altijd met veel plezier aan wijdt. Vanuit de galerie worden immers ook met regelmaat elders tentoonstellingen georganiseerd en ook daarin is zijn aandeel heel bepalend. Vooral wat betreft de opbouw van een tentoonstelling toont hij zich een 'meester', met een uitstekend gevoel voor vorm en inhoud en vooral veel en uiterst gevoelige aandacht voor dat wat getoond moet worden.

Men herkent ze ogenblikkelijk: de sieraden van Karel Betman, zijn werk vertoont een duidelijk en helder karakter. Zoekend naar verbindingen, naar evenwicht en spanningen, werkte hij tot nu toe bij voorkeur met edele en onedele metalen en combinaties daarvan, enkele kleine uitstapjes daargelaten. In de contrasten tussen het kleurige goud, het warme zilver en de koelte van het roestvrij staal vond hij jarenlang voldoende uitdaging in zijn ontwerpen. Eenvoudige meestal rustige vormen, de ronde, het vierkant, de driehoek werden verlevendigd door strakke lijnen of kleine details. Soms werden verschillende vormen met elkaar verbonden of een ander bewerkt metaal gebruikt.

De onmiskenbare Betman ontstond niet uit schetsen maar vooral uit werkzaamheid met en aan het materiaal. Achter zijn werkbank gezeten kon hij urenlang vormen tegen elkaar houden of verschillende materialen in verbinding met elkaar testen. Het betrof vooral die nooit opgegeven handeling, die vanuit zijn herinnering ontstond. En steeds opnieuw was er die karakteristieke vorm die altijd weer tevoorschijn kwam in al zijn collecties. In één van zijn laatste tentoonstellingen verscheen plotseling hier en daar het rood, als een uitdagend toegevoegd element. Opeens leek hij aan het edele metaal niet helemaal meer genoeg te hebben, hij was op zoek naar een zekere doorbraak.

Kwam dat misschien doordat hij in de loop der jaren had deelgenomen aan thematentoonstellingen, zoals 'De parel verhuist', 'Going Dutch' of 'Herinner-ring'/'Remember-ring'. Tentoonstellingen waarin hij al zijn opgebouwde ervaring los liet en zijn fantasie de overhand nam? In 'De parel verhuist' was daar opeens een gloeilamp als drager van zijn idee en als nieuwe huisvesting voor een parel. Bij 'Going Dutch' waren het de prachtige postzegels die al jaren rondom hem op de werkbank lagen, de dragers. Iedere postzegel vroeg om een eigenzinnige aanpak en stuk voor stuk werden het juweeltjes. In de herinner-ring tentoonstelling waren het de nieuwjaarskoeken, de zgn. ‘knieperties’ van zijn moeder en werd een antiek trommeltje van zijn oma de drager. Allemaal reacties op een gesteld thema en allemaal zo afwijkend van zijn autonome werk. Hoe kwam het eigenlijk dat ondanks al deze uitstapjes iedereen bleef zeggen dat het typisch Karel was. Dat is een vraag die regelmatig gesteld wordt. Misschien omdat velen Karel al die facetten allang toedichtten en waarschijnlijk ook omdat deze ontwerpen zo ontwapenend waren en je onmiddellijk veroverden. Of misschien ook wel omdat zijn meesterschap zich verder uitstrekte dan tot die tijd werd gedacht.

Karels metier hield in al die tijd niet op bij alleen het draagbare sieraad. Omdat zijn sieraden ook kleine beeldhouwwerkjes waren, ontlokte dat bij velen de opmerking waarom hij ze niet in het groot uit zou voeren. Maar Karels nuchtere aard weerhield hem daarvan. Zijn argument bleef, "ik ben nu eenmaal gewoon een goudsmid, een sieraadontwerper en geen beeldhouwer, dat vergt een geheel andere discipline". Toch zetten al deze opmerkingen een denkproces op gang dat uiteindelijk resulteerde in het maken van kleine sculpturen. Zijn allereerste plastieken waren vrije ontwerpen gemaakt als een soort uitdaging aan zichzelf, als experiment. De reacties erop waren enthousiast en resulteerden in duidelijke opdrachten, vooral voor culturele prijzen en onderscheidingen b.v. van een Duits bouwbedrijf, de Cultuurprijs van de Universiteit Twente of voor het Prins Bernhard Cultuurfonds, de O.O.M. Innovatieprijs, enz. U vindt ze allemaal in zijn c.v. of in zijn eerder verschenen boeken. Ook veel particulieren wisten de weg naar Karel Betman te vinden en zijn kleine sculpturen hebben – net als zijn sieraden - in verschillende collecties een plek veroverd.